Parasieten

Parasieten zijn een veel voorkomend probleem bij honden. Ze kunnen variëren van heel onschuldige (maar vervelende) tot heel gevaarlijke wezens die zelfs het leven van uw hond kunnen bedreigen. Parasieten die bij de hond voorkomen kunnen opgesplitst worden in uitwendige- en inwendige parasieten. In beide gevallen, zijn er zowel soorten die met het blote oog waar te nemen zijn, als microscopisch kleine parasieten.

Van de uitwendige parasieten zijn de vlooien de meest. Honden worden er door besmet door contact metandere honden of katten, of door op plaatsen te lopen waar andere dieren ze hebben achtergelaten. Vlooien zijn bloedzuigende beestjes die bij sommige honden hevige jeuk veroorzaken. Ook kunnen ze lintwormen overbrengen. In ideale omstandigheden duurt de cyclus van ei tot volwassen vlo 3 weken. Met ongeveer 20 eitjes per vlo per dag kan het vooral in de zomer snel een probleem worden. De poppen met de volwassen vlooien erin springen open door trillingen in de grond. Mensen worden slechts accidenteel gebeten of bij massale aanwezigheid van vlooien. Onze huisdieren moeten het hele jaar door beschermd worden tegen vlooien.

Teken

Een andere veel voorkomende parasiet is de Teek. Teken bijten zich vast in de huid van de hond om vervolgens bloed te zuigen. Daarbij kan een besmette teek de ziekte van Lyme overbrengen. Eens volgezogen met bloed (nu ongeveer 1 cm groot) zal de teek zich laten vallen om over te gaan in zijn volgende levensstadium. Voor het verwijderen van een teek kan men het beste een tekenhaak gebruiken.

De meeste middelen tegen teken zullen niet verhinderen dat teken zich kunnen vasthechten op het dier, maar vermijden dat ze ziektes kunnen overbrengen. Deze middelen zorgen er ook voor dat de teken heel makkelijk verwijderbaar zijn.

De behandeling van vlooien en teken zou zeker moeten gebeuren van in de lente tot in de herfst. De bekendste behandelingen tegen de teken zijn de vloeistoffen, die op de huid in de nek van de hond aangebracht worden of de. Halsbanden.

Mijten

Mijten zijn parasieten die op en in de huid leven. Ze komen vooral bij jonge honden voor. De symptomen kunnen erge jeuk, kaalheid, oranje vlekken tussen de tenen, schilferige huid, ontstoken huid, … zijn. De diagnose ervan moet gebeuren metafkrabsels van de huid die onder de microscoop worden bekeken.

Wormen

De voornaamste inwendige parasieten zijn de wormen. Ze kunnen onderverdeeld worden in lintwormen en rondwormen. De besmetting met lintwormen komt vooral via het oplikken van vlooien tot stand (bijv. bij het vangen van prooien, bij zichzelf te wassen, …). De larve van de worm werd opgegeten door de vlo, toen deze nog zelf in het larve stadium zat. De wormlarve bevindt zich in de darm van de vlo tot deze opgelikt wordt door de hond. Hierna kan de wormlarve zich tot een volwassen lintworm ontwikkelen. Bij een andere soort lintworm, Echinocuccus granulosus, een veel gevaarlijkere worm, komt de besmetting tot stand door het eten van rauw schapenvlees.  De hond zelf is slechts drager van de volwassen wormen zonder dat hij daar enige hinder van zal ondervinden. Echter, als een eitje of een schakel van deze worm door een mens of een schaap  wordt opgegeten, kunnen er zich cysten vormen in longen, lever of hersenen, welke voor ernstige problemen kunnen zorgen. Voor de behandeling van lintwormen zijn specifieke producten vereist, omdat niet alle producten tegen dit soort wormen even goed werken.

Rondwormen, waar elke jonge hond mee geboren wordt, leven als volwassen worm in de darm. Jonge larven kunnen zich in een soort slaaptoestand bevinden in de spieren van de hond. Op latere leeftijd worden ze ‘wakker’ en groeien ze uit tot volwassen wormen in de darm van de hond. Door het systeem van slapende larven, die tevens ook ongevoelig zijn voor ontwormingsmiddelen, worden alle pups reeds voor de geboorte besmet door de moederhond. De besmetting met rondwormen kan ook rechtstreeks gebeuren door het opeten van besmet materiaal, nadat het ei minstens 10 dagen tijd heeft gehad om te ‘rijpen’. Grasvelden waar veel verschillende honden vaak stoelgang maken zijn dus ideale plaatsen (vb. de plasweide)om besmettingen op te bouwen.

Ontwormen kan op veel verschillende manieren gebeuren afhankelijk van de hoeveelheid en de soort wormen waar het dier mee te kampen heeft. Preventieve ontworming kan men best 3 tot 4  maal per jaar doen. Sinds kort zijn er voor honden tabletten op de markt die zo smakelijk zijn dat de meeste honden ze spontaan zullen opeten.

Tot slot een korte bespreking van enkele zuiderse parasieten

Babesiose is een parasiet van de rode bloedcellen die overgedragen wordt door een beet van een teek. De hond zal na de besmetting koortsaanvallen, bloedarmoede en andere symptomen van ernstige algemene ziekte vertonen. Preventie zal dus best via bescherming tegen teken gebeuren.

Leishmania, een parasiet van de witte bloedcellen kan na besmetting zeer lange tijd zonder symptomen blijven. Soms ziet men huidsymptomen na verloop van jaren. De ziekte is ook besmettelijk voor de mens. De overdracht gebeurt door steekmugjes die vooral in het Middellands-Zeegebied leven.

Hartwormen zijn wormen die in het hart en de bloedvaten van honden of katten leven. Ze worden overgedragen door mugjes uit het zuiden. Zowel door de worm zelf of door het behandelen ervan kunnen er ernstige hart, long of nierproblemen ontstaan. Preventieve behandeling voorkomt de besmetting en dus ook de problemen. In het Oosten en Afrika komen nog veel andere soorten parasieten voor waar onze honden heel gevoelig voor zijn. Bijvoorbeeld de tseetseevlieg die de slaapziekte overbrengt.